vorige - 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150 151 152 153 [overzicht] - volgende

24/08/2007 - Marcus Garvey, voorlopig president van Afrika

Als u zwart bent en in de USA heeft gewoond, kent u Marcus Garvey allicht. Voor de meeste anderen is hij helaas een nobele onbekende geworden. Toch verdient hij meerrespect en bekendheid. Hij was immers jàren voor Malcom X of Martin Luther King, dé grote voorvechter voor de zwarten in de USA. Alleen deed hij dat met een flinke scheut excentriciteit, waardoor zijn entourage meer leek op de hofhouding van een kleine operettestaat dan dat van een beweging voor gelijke kansen voor zwarten.

Dit is het verhaal van de pionier van de zwarte bevrijdingsbeweging die op goeie voet stond met de Ku Klux Klan en die de aanzet gaf tot wat uiteindelijk de rastafari-beweging zou worden.

Marcus Garvey bracht de laatste jaren van zijn leven door in betrekkelijke armoede en eenzaamheid. Een zeepkist in de Speakers' Corner in Hyde Park te Londen, was zijn laatste podium. De kleine man met de grote idealen hield nog vol vuur zijn redevoeringen, maar zijn publiek was geslonken van honderdduizenden tot niet meer dan een handvol toevallige voorbijgangers. Toen hij in 1940 overleed op 53-jarige leefdtijd, was er geen staatsbegrafenis voor de man die zich jarenlang de "voorlopige president van Afrika" noemde.
Zijn ideeën waren ook te radicaal om zich ooit in 1 mensenleven te laten verwezenlijken. De politiek was zijn werkterrein maar politiek is een zaak van compromissen en dààr moest Garvey niets van hebben. Zijn denkbeelden waren glashelder. Ooit was het zwarte ras door de blanken in slavernij gevoerd naar Noord-Amerika en ook al was die slavernij inmiddels wettelijk opgeheven, nooit zou het zwarte ras zijn gelijke positie ten opzichte van andere rassen heroveren, als het niet terugkeerde naar het moedercontinent Afrika.

"Afrika voor de Afrikanen" was zijn leuze. Amerikaanse zwarten moesten zich verenigen en streven naar de oprichting van een nieuwe krachtige Afrikaanse staat, waarnaar ze uiteindelijk allemaal zouden emigreren. Van de "smeltkroes van rassen", zoals Amerika in de jaren '20 al werd genoemd, wilde Garvey niet weten. Hij meende dat pogingen van zwarten om naast de blanke bevolking een gelijke positie te veroveren, tot mislukken gedoemd waren.

Marcus Moziah Garvey werd in 1887 geboren in Jamaica, een eiland dat in die tijd in feite een driekastensysteem kende: blank, mulat en zwart. De drie groepen leefden zonder veel problemen samen en Garvey, die al jong politiek actief was, werd zich dan ook maar echt bewust van de onderdrukking van de zwarten, toen hij Jamaica verliet. Hij had voor drukker gestudeerd, maar kreeg geen werk meer nadat hij op zijn twintigste een (tevergeefse) drukkersstaking voor een hoger loon had geleid. De armoede en rechteloosheid van de zwarte bevolking van Costa Rica, Panama en andere Middenamerikaanse landen die Garvey bezocht vanaf 1910, gaven hem het doel dat hij tot aan zijn dood zou blijven nastreven: de bevrijding en de verheffing van het zwarte ras.

Terug op Jamaica stichtte hij de UNIA, de Universal Negro Improvement Association. De denkbeelden waarop hij zijn organisatie stoelde, die op haar hoogtepunt een miljoen leden telde, waren overigens niet helemaal nieuw. Al veel eerder hadden intellectuelen gepleit voor een hernieuwd zwart zelfbewustzijn en een terugkeer naar Afrika. Maar hun boeken en geschriften bereikten de grotendeels ongeletterde massa nauwelijks of niet. Garvey daarentegen was een begenadigd redenaar en kon de emoties van zijn toehoorders bespelen als geen ander. Hij wist mensen enthousiast te maken met zijn meeslepende toespraken.

Zijn grote doorbraak kwam er in 1916, toen hij neerstreek in New York. Er heerste een enorme werkloosheid onder de zwarte bevolking in het Noorden van de USA; een perfecte voedingsbodem voor Garvey's gespierde taal. Hij had het met hen niet over aanpassing of integratie maar over het trotse verleden van het zwarte ras en de gouden toekomst die het te wachten stond. Garvey reisde door heel de USA en stichtte overal afdelingen van zijn UNIA. In New York werden conferenties gehouden van vertegenwoordigers van zwarten uit de hele wereld en de zwarte New Yorkse wijk Harlem was het toneel van militair aandoende parades van UNIA-leden. Garvey gaf een krant uit, de Negro World, die hij voor een belangrijk deel zelf volschreef. Hij richtte ook een scheepvaartmaatschappij op, The Black Star Shipping Company, die als doel had om handel te drijven en zwarte passagiers te vervoeren tussen Afrika en Amerika.
Aandelen in deze maatschappij werden alleen verkocht aan zwarten. Economische onafhankelijkheid was immers een eerste voorwaarde voor politieke onafhankelijkheid. Ook religieus moest het zwarte ras zich van het blanke juk bevrijden. De in 1923 gestichte African Orthodox Church riep haar leden op een zwarte Jezus en een zwarte Maria te vereren. Garvey mat zichzelf de titel aan van "voorlopig president van Afrika" en zorgde voor de bij zijn nieuwe status horende operetteuniformen. Er kwam tevens een rood-zwart-groene vlag en een volkslied.

Toch zien we tegenwoordig geen verenigd Afrika, geen politieke en economische onafhankelijkheid van het "zwarte ras". Wat liep er fout ?

Garvey was geen man van compromissen. Hij hield niet van nuances: zijn denkbeelden waren letterlijk zwart-wit. Zwarte leiders die gematigder ideeën hadden dan de zijne, noemde hij verraders. Rasgenoten met een lichtere huidskleur door blank bloed, minachtte hij. Zwarte kranten die zijn beweging niet steunden hadden zich verkocht aan het blanke kapitaal. Met zijn geweldige redenaarstalent kreeg hij de steun van de massa, maar in zijn beweging was alleen plaats voor volgelingen en niet voor intellectuele managers en politici. Het hoofdkwartier van de UNIA was altijd daar waar Garvey zich op dat moment toevallig bevond. Terwijl hij doorging met het werven van aanhangers en geld, besefte hij niet dat hij de enige was die zijn beweging op de been hield. Zijn scheepvaartmaatschappij kocht eerst één schip, nauwelijk drijvend en in staat de haven van New York te verlaten, kocht er nadien nog twee en ging door dit slechte beheer uiteindelijk op de fles. Met de andere zakelijke activiteiten van de UNIA ging het al niet veel beter.

Garvey maakte met zijn uitdagende toespraken ook veel
vijanden onder zowel blank als zwart. Velen beschouwden hem als een volksmenner en een fascist. Het valt niet te ontkennen dat zijn beweging en zijn denkbeelden enigszins fascistisch aandeden. Alle elementen waren aanwezig: van de bloed-en-bodem theorie tot een organisatie waarin de gehoorzaamheid aan de leider het hoogste goed was en de geringste afwijking van de ideologie iemand meteen tot een verdacht individu transformeerde. Garvey zelf deed geen moeite om dit beeld te verzachten: hij had zelfs contacten met de Ku Klux Klan. Garvey en de Klan hadden immers dezelfde ideeën: geel bij geel, blank bij blank en zwart bij zwart. Ze verschilden hooguit van mening over welk ras nu superieur was. In die tijd waren de begrippen racisme en fascisme trouwens ook niet zo beladen als tegenwoordig. De wereld had Stalin, Hitler en Mussolini immers nog voor de boeg ! Met de groei van de UNIA echter, nam de weerstand ertegen, bij het welvarender en beter opgeleide deel van de zwarte bevolking van de USA toe.

Toch waren het niet de steeds heftigere botsingen met de zwarte elite en de zwarte pers die Gavery ten val brachten. Het gevaar kwam voor hem uit een totaal andere hoek. De groei van de UNIA baarde het ministerie van Justitie grote zorgen. Justitie hield Garvey scherp in het oog omdat men hem - ten onrechte, zoals later zou blijken - verdacht van socialistische sympathieën. In die tijd, en eigenlijk ook nu nog, was "socialisme" een zeer vies woord in de USA. Alles wat enigszins links was, werd toen beschouwd als staatsgevaarlijk. Justitie zocht en vond dan ook een stok om de hond te slaan. In 1922 werd Garvey, samen met drie medewerkers, gearresteerd op beschuldiging van zwendel. De aanklacht was dubieus en het bewijsmateriaal nog dubieuzer. Het kwam er op neer dat Gavery's organisatie er van werd beschuldigd via de post pamfletten te hebben verstuurd die de geadresseerden aanspoorden om voor 5 $ per stuk aandelen te kopen in de Black Star Shipping Company. De redenering van Justitie was dat Garvey wist dat deze aandelen nooit 5 $ konden waard zijn en dat hij dus het publiek bedrogen had. Was deze aanklacht dan al mager, tijdens het slepende proces dat er op volgde, waarbij Garvey met zijn welsprekendheid zijn eigen verdediging voerde, kwam nooit onomstotelijk vast te staan dat er daadwerkelijk zulke pamfletten waren opgestuurd. Wel werd duidelijk dat er enkele getuigen tegen Garvey door Justitie zorgvuldig waren geïnformeerd over wat ze moesten zeggen en dus een valse verklaring aflegden. Het was, kortom, een schijnproces. Het vonnis was dan ook, zoals te verwachten was, buiten alle proporties: vijf jaar cel !

In 1925 werd Garvey, ondanks hevige protesten, zelfs van de kant van blanke kranten, gevangen gezet in Atlanta. De New Yorkse krant "Evening Bulletin" schreef "Garvey is een neger, maar zelfs een neger heeft het recht dat er waarheid over hem gesproken wordt. Garvey is belachelijk gemaakt en voor clown gezet door sommige New-Yorkse kranten sinds hij naar deze stad kwam. Hij deed veel rare dingen, dat is waar, maar hij heeft ook veel goeds gedaan. Eerlijkheid gebiedt ons toe te geven dat hij zijn ras een ideaal bood … Had deze man een faire kans gekregen, dan waren zijn zakelijke activiteiten allicht een succes geweest en had hij de rampspoed die hem nu voor de rechter heeft gebracht, kunnen vermijden.

Met Garvey achter de tralies ging het met het UNIA langzaam bergaf. Vanuit zijn cel bleef hij onvermoeibaar zijn pamfletten de wereld insturen, maar de beweging kon het moeilijk zonder zijn lijfelijke aanwezigheid stellen; iets wat hij onbewust zelf in de hand had gewerkt. Nadat hij de helft van zijn straf had uitgezeten, werd Garvey vrijgelaten en meteen het land uitgezet. Hij trok naar Jamaica en begon er met nieuwe energie zijn geboorte-eiland uit te bouwen tot het nieuwe hoofdkwartier van de UNIA. Nog eenmaal laaiden de UNIA-idealen op en slaagde hij er in een 6e internationale UNIA-conferentie in Kingston te organiseren (de vorige 5 waren in New York doorgegaan). Zijn afwezigheid in de USA had echter een machtvacuum gecreeerd en de UNIA die in 1929 in Kingston bijeenkwam was hopeloos verdeeld. Groeperingen splitsten zich af, er werden ordinaire rechtszaken gevoerd over het beheer van de partijkas en Marcus Garvey moest zelf ondervinden dat hij niet langer werd beschouwd als de enige en onbetwiste leider van de beweging die hij zelf had opgericht. Daarna viel stilaan het doek voor de UNIA.

Hoewel Garvey zich nog roerde op het locale, Jamaicaanse politieke toneel, was hij zijn plaats op het wereldforum kwijt. Na een nieuwe dreiging van rechtszaken, vluchtte hij naar Groot-Brittanië om vandaaruit zijn idealen in Europa te bepleiten, onder andere bij de volkenbond, de voorloper van de UNO. Maar zonder een enthousiast publiek, dat hij met zijn vlammende toespraken tot extase kon brengen, was Marcus Garvey niet meer dan één van de velen die in Hyde Park hun ideeën aan de man probeerden te brengen. Het ideaal van een vrij Afrika moest nu concurreren om de aandacht van het publiek met een verbod op loslopende honden en gelijke rechten voor linkshandigen.

Pas tien jaar na zijn dood onder kommervolle omstandigheden werd zijn lichaam teruggebracht naar Jamaica, waar hij alsnog een staatsbegrafenis kreeg. Sindsdien wordt Marcus Garvey, de "zwarte Mozes", beschouwd als een man die, hoewel niet zonder fouten, één van de belangrijkste pioniers was van de emancipatie van de zwarten.

Bronnen:
Piet Zeeman: Marcus Garvey wilde president van Afrika worden (1989)
Amy Jacques-Garvey: Philosophy & opinions of Marcus Garvey (1982)
Rodney Carlisle: The Roots of Black Nationalism (1975)
Wikipedia
http://www.marcusgarvey.com/
 

03/08/2007 - Barbertje moet hangen (of de Nieuw Politieke Graai-Cultuur in Affligem)

Na amper 7 maanden lijkt de nieuwe meerderheid al bijzonder arrogant met de macht om te springen. De kliek van CD&V, Visie en ex-VLD’ers besloten om één van de werklieden van de gemeente te dumpen en zijn plaats te laten innemen door ene Hubert. Daar lijkt misschien niets mis mee, maar de werkman wordt opzijgezet om een wel heel flauwe reden en is mijns inziens niet eens de verantwoordelijke voor wat hem wordt aangewreven. Daarenboven is Hubert de broer van onze schepen van openbare werken, Paul Geeraerts ... qua nepotisme kan dat tellen. Maar ’t wordt erger. Volg even mee :

Eerst moeten we even terug naar de periode dat de onstlagen bij Volkswagen in Vorst werden aangekondigd en CD&V met een paar overlopers van de VLD een nieuwe meerderheid vormde. Die beloofde brutaal te breken met de slechte gewoontes van de vroegere meerderheid en men zou beginnen met een grote kuis. Ik dacht toen verkeerdelijk dat men procedures en wantoestanden zou gaan aanpakken. Wat men kennelijk bedoelde was niet meer dan het weghalen van het bureau van de vorige burgemeester om het te vervangen door een nieuw exemplaar. Daarbij werden ook nieuwe zonneblinden geïnstalleerd door een familielid van Paul Geeraerts die discreet even het schepencollege verliet toen daarover beslist werd. Het oude bureau, dat helemaal niet stuk was of zo, werd gedumpt op het containerpark. Het werd daar opgehaald door iemand die er nog iets kon mee doen. Een weggegooide zaak is immers juridisch een “res nullius” en mag je dus meenemen; daarenboven kan je, als je een recyclagepark hebt, moeilijk ontkennen dat hergebruik een beter alternatief is dan het ding in een pers proppen of te vermalen en te storten. En toch ...

De pers kreeg weet van het weghalen van het bureau en de schepenen voelden zich wat belachelijk gemaakt. Ik had nog maar net in de gemeenteraad gezegd dat ik hoopte dat geen kleine garnalen zouden boeten voor dit voorval of ’t was kort al prijs. De werkman die verantwoordelijk is voor het containerpark werd op het matje geroepen. Reden : weggeven van eigendommen van de gemeente. Die eigendommen waren niets meer of minder dan ... juist, het bureau dat op last van het schepencollege op het containerpark was gezet. De fout die gemaakt was, was dat men het bureau had weggegeven. Men had het moeten vernietigen door het in een vuilnispers te stoppen.

Helaas voor de schepenen had de betichte werkman het bureau helemaal niet weggegeven. Dat had een collega van hem gedaan, wiens zus intussen schepen was geworden voor CD&V. Ai ...

Maar Barbertje moest en zou hangen. Onlangs deed het college een nieuwe poging en kwam er een tuchtprocedure tegen de werkman omdat hij zijn werk niet naar behoren zou doen. Een 15-tal getuigen die voor de man wilden spreken en zijn advocaat kwamen tevergeefs langs; de zaak werd meteen verdaagd. De werkman bleek plots zo’n onbekwaamheid ten toon te hebben gespreid, dat hij weg moest of gesanctioneerd moest worden. Van begeleiding, coaching, management en dergelijke was geen sprake. De man moest weg. Dat men daarmee een persoonlijk drama creeerde (twee van zijn dichte familieleden vechten momenteel tegen een zware ziekte), was ook al geen argument.

En dan duikt Hubert in ons verhaal op.

Vakbondsman Hubert werkte bij VW in Vorst. De ACV-er koos, naar verluidt, voor de aangeboden gouden handdruk en werd dus werkloos ten tijde van het dumpen van het bureau van Leo Guns. Daarop maakte het schepencollege (waar Paul Geeraerts weer even discreet ging plassen op het juiste moment) devolgende redenering : als we een vacature hebben voor een leidinggevende op het containerpark, waar we best iemand hebben die ook weet hoe om te gaan met klanten (de vele bezoekers) en waar je de milieuwetgeving donders goed moet kennen, wie kan er dan beter geschikt zijn dan een 50-jarige werkloze plaatsslager uit de autoassemblage ? Men was zelfs zo overtuigd van Huberts optimale geschiktheid, dat men het niet eens nodig vond een selectieproef te organiseren voor ander werkzoekende kandidaten. Neen, CD&V-er Hubert was de man en daar was niets aan te doen. Dus : exit de man die ’t werk al jaren deed en welkom Hubert – broer van Paul – Geeraerts. Faut le faire.

Voor alle duidelijkheid : ik val hier niet de persoon van Hubert Geeraerts aan, die zo'n aanbod begrijpelijkerwijze zal aannemen. Heel velen zouden hetzelfde doen en misschien brengt hij er het niet slecht van af. Maar zijn entrée is wat ongelukkig.

In heel deze situatie weet ik niet eens wat me het meest verontrust : het feit dat het gebeurt of het feit dat de coalitiepartners van CD&V, die hun overlopen destijds rechtvaardigden door te pleiten voor een correcte en nieuwe politiek cultuur, dit zomaar laten gebeuren.
Je bijt niet naar de hand die je eten geeft, zeker ?
http://www.nieuwsblad.be/Article/Detail.aspx?ArticleID=G7P15AJMV