vorige - 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73 74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 124 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150 151 152 153 [overzicht] - volgende

14/06/2009 - Uw geld en wat daar zoal mee gebeurt (deel 5)

De meerderheidspartijen van de Affligemse gemeenteraad (CD&V, N-VA, Visie, OLA, LDD) keurden in december het budget (de begroting) van 2009 goed. Heel dat budget aframmelen zou wat dwaas zijn maar een aantal weetjes serveer ik u met plezier in een reeks van een paar stukjes. Hapklare brokjes feiten en cijfers.
Aan u om er het uwe van te denken.

Deze keer hebben we het over de brandweer. Wat kost het om een grote ploeg professionals klaar te hebben indien uw huis aan 't fikken is, u gekneld zit in de auto na een ongeval of, godbeter, uw kat niet meer uit de boom kan waar ze is ingekropen? Het zal u niet verbazen dat het hier over veel geld gaat. Die palen om "cool" naar de garage te glijden en die mooie grote brandweerwagens zijn nu eenmaal niet gratis. Om nog maar van de lonen te zwijgen van die gasten die geregeld hun lijf riskeren voor uw kat of uw huis.

Om het in cijfers te zeggen: in 2007 bedroeg de bijdrage van Affligem aan de kost van het brandweerkorps van Asse € 223.000. In 2008 was dat € 250.000 en voor € 2009 mogen we € 260.000 aan de pompiers besteden. Dat lijkt veel geld maar in vergelijking met pakweg onze politieagenten, zijn de pompiers goedkoop.

Voor de prijs van 1 agent heb je in Affligem al snel zo'n 4 pompiers. En is de dienstverlening van de politie volgens u 4 keer beter dan die van de brandweer ?

Zijn we dan wel goed bezig, vraag ik me af ? En is dat wel goed bestuur ?
 

12/06/2009 - In memoriam: Anne Frank

Vandaag, 12 juni, zou Anne Frank 80 jaar geworden zijn. Anne stierf echter ergens in maart 1945 aan vlektyfus en uitputting in het Duitse concentratiekamp van Bergen Belsen. Dankzij het dagboek dat ze bijhield tijdens de periode dat ze ondergedoken zat in Amsterdam, werd Anne één van de bekendste slachtoffers van de jodenvervolging in WO2.

Het gezin Frank verhuisde in 1934 van het Duitse Frankfurt am Main naar Amsterdam om aan de Jodenvervolging ontkomen en verloor de Duitse nationaliteit vanwege een Duitse wet uit 1941 die alle Joden buiten Duitsland hun staatsburgerschap ontnam. De familie Frank werd op dat moment staatloos en Anne heeft ook nooit de Nederlandse nationaliteit gekregen.

Ze was net 13 jaar oud toen ze op 6 juli 1942 onderdook in een achterhuis achter het bedrijf Opekta van haar vader Otto Frank aan de Prinsengracht 263. De deur tussen voorhuis en achterhuis zat verstopt achter een boekenkast. In het voorhuis en in het magazijn werkte personeel, waarvan enkelen op de hoogte waren van de onderduikers. Anne bleef er ondergedoken tot ze met haar familie en mede-onderduikers werd opgepakt op 4 augustus 1944. In totaal zaten 8 mensen ondergedoken in het Achterhuis: Otto en Edith Frank (Annes ouders), Annes oudere zus Margot, de heer en mevrouw Van Pels met hun zoon Peter (in het dagboek model voor de familie Van Daan) en naderhand ook Fritz Pfeffer, een Joodse tandarts (die model staat voor het personage Dussel in het dagboek).

In deze jaren hield Anne Frank een dagboek bij, waarin ze onder andere schreef over de angst tijdens het onderduiken, haar ontluikende gevoelens voor Peter, de ruzies met haar ouders en haar ambities om schrijver te worden. Anne Frank schreef een aantal schriften vol. Na een oproep op radio Oranje in Londen om dagboeken te verzamelen die na de oorlog konden worden gepubliceerd, herschreef Frank een groot gedeelte. In 10 weken schreef ze 324 vellen vol, maar ze kon het boek niet meer voltooien.

Na meer dan 2 jaar werden de onderduikers verraden: ze werden door de Grüne Polizei en Nederlandse politie-agenten gearresteerd. Samen met Victor Kugler en Johannes Kleiman, die hen hadden geholpen met het onderduiken, werden ze naar het hoofdkwartier van de Gestapo in Amsterdam gebracht. Na enige tijd in een kamer met andere gevangenen te hebben gezeten, werden Kugler en Kleiman naar een andere cel gebracht. Het was de laatste keer dat ze hun vrienden zagen. De volgende dag werden de onderduikers naar de gevangenis aan het Kleine-Gartmanplantsoen gebracht, waar zij 2 dagen verbleven. Op 8 augustus 1944 werden ze naar het Centraal Station van Amsterdam gebracht. Zodra de passagiers binnen waren, gingen de deuren op slot. 's Middags kwam de trein op zijn bestemming aan: Kamp Westerbork. De onderduikers werden er in een strafbarak gezet omdat ze zich niet vrijwillig voor 'tewerkstelling in Duitsland' (in werkelijkheid: voor massavernietiging) hadden gemeld. Hun hoofden werden kaalgeschoren, ze kregen minder eten en moesten harder werken dan andere gevangenen. Begin september werd bekend dat de volgende dag zo'n 1000 mensen naar het oosten zouden worden gebracht. In de ochtend van 3 september 1944 zouden ze vertrekken. Een selectieleider kwam 's avonds naar de strafbarak, waar hij de namen op zijn lijst voorlas. Ook de onderduikers uit het Achterhuis hoorden daarbij. Het was de laatste trein die vanuit Westerbork naar Auschwitz zou vertrekken ...

Op 5 september arriveerde de trein in het vernietigingskamp Auschwitz II - Birkenau waar de 8 onderduikers de beruchte selectie voor de gaskamers doorstonden. Vervolgens werden de mannen van de vrouwen gescheiden; Otto Frank, Hermann van Pels, Peter van Pels en Fritz Pfeffer werden naar het nabijgelegen kamp Auschwitz I weggevoerd. Anne, Margot, moeder Edith en Auguste van Pels bleven achter in het vrouwenkamp van Birkenau. Na enkele weken kreeg Anne er schurft. Ze werd in het zogenaamde Krätzeblock (Krabblok) ondergebracht dat door een hoge muur gescheiden was van de rest van het kamp. Margot ging met haar mee.

Op 28 oktober 1944 vertrok een transport met 1308 vrouwen naar het concentratiekamp Bergen-Belsen. Waarschijnlijk maakten ook Anne en Margot daar onderdeel van uit. Edith bleef achter en stierf op 6 januari 1945. Rond eind februari of midden maart 1945 overleed Margot, enkele dagen later overleed ook Anne, waarschijnlijk aan de gevolgen van vlektyfus en algemene uitputting. In die periode lieten naar schatting 17.000 gevangenen het leven in Bergen-Belsen.

Van een kamp-administratie was toen geen sprake meer, waardoor de exacte overlijdensdata van Anne en Margot niet meer te achterhalen zijn.

Het dagboek dat Anne tijdens het onderduiken had bijgehouden, werd gevonden door enkele personeelsleden in het voorhuis die op de hoogte waren van de onderduik: Miep Gies en Bep Voskuijl.

Otto Frank, vader van Anne, was de enige van de groep onderduikers die de concentratiekampen overleefde. Aan hem gaf Miep Gies het dagboek van Anne, waarop hij het wat herwerkte (hij haalde er bijvoorbeeld de passages over zijn huwelijksproblemen en de ontluikende sexualiteit van zijn dochter uit) en liet het uitgeven. Het haalde inmiddels een oplage van miljoenen exemplaren. Ook het Achterhuis bestaat nog steeds en huisvest tegenwoordig het Anne Frank museum.

Wie Anne en haar mede-onderduikers verraden heeft, is nooit bekend geworden.

Het filmpje hiernaast zijn de enige bewegende beelden waarop Anne te zien is. Het werd gemaakt bij het huwelijk van een buur en je kan Anne enkele seconden in beeld zien, net nadat het bruidspaar in beeld is gekomen. Anne kijkt net als andere buren toe vanuit haar vensterraam.
http://www.annefrank.org