idealisten | cicero | kostprijs royals | filip, mathilde en de handgranaat | 11 juli speech 2000 | 11 juli speech 2001 | 11 juli speech 2002 | lambermont & rené barbier | vlaamse onafhankelijkheid | vlaanderen als EU-staat | pim fortuyn | trivia | links

Idealisten

Waarom wil iemand politicus worden ? Ik heb niet echt het gevoel dat je er rijk kan van worden en voor het maatschappelijk aanzien moet je er al helemaal niet aan beginnen. Wel integendeel: meer nog dan Vlaamse zangers, vedetten van de commerciële televisie of zelfs ex-bewoners van het Big Brother huis zijn politici mediatiek vogelvrij verklaard. Op politici mag je neerkijken en schelden. Je mag ze uitlachen en beledigen. Er wordt angstvallige gewaakt over het "political correctness" van grappen over bijvoorbeeld religie en gastarbeiders, maar als het gaat over de look van Freddy Willockx, de oren van Willy Claes of de manieren van Jean-Luc Dehaene: laat maar komen. En hoe platter hoe liever. Als een sportman huilt bij een overwinning of Jan Hoet zich verslikt in zijn enthousiasme, dan vinden we dat mooi, ontroerend en menselijk. Maar als Bert Anciaux over emoties blijkt te beschikken, dan is dat vooral aanleiding tot grof cynisme. Als professor Beaucourt vermanend de vinger opsteekt over weekendongevallen of wanneer professor Senelle verkondigt dat er Vlaamse belangen bedreigd worden, dan luistert men aandachtig. Maar als Geert Bourgeois zijn bedenkingen uit over iets als het Lambermont akkoord, dan is hij een zeiker en een azijnpisser.
De politicus is verworden tot een kapstok waaraan je je satirische oneliners kan ophangen. In één column van Hugo Camps passeerden volgende epithetons over een aantal politici: "multifunctionele hansworst", "op het eerste zicht niet al te snuggere dorpsidioot", "dweepzieke padvinder", "winderig zwaailicht" en "culinaire proleet".
Er is iets heel vreemds aan de gang in ons democratisch bestel: de media, en met hen grote lagen van de bevolking, tonen meer respect voor een volslagen ondemocratisch en in alle opzichten voorbijgestreefd instituut als het koningshuis dan voor de politici die ze zélf hebben gekozen. Er wordt zo vaak gescholden en geschimpt op de politieke klasse dat zelfs de goorste asociale proleet neerkijkt op politici. Het enig verschil in status tussen pakweg treinconducteurs en politici, is dat politici voorlopig nog niet in het openbaar in mekaar worden geslagen.
Dus: waarom wil iemand nog politicus worden ?
Laat ik eens, heel schuchter en voorzichtig een gedurfde theorie naar voor schuiven: zou het heel misschien met idealisme te maken kunnen hebben ? En als - ik zeg wel: àls - dat zou zijn, ook al was het maar zo in een aantal beperkte gevallen, zijn we dan niet heel erg fout bezig ?