| idealisten | cicero | kostprijs royals | filip, mathilde en de handgranaat | 11 juli speech 2000 | 11 juli speech 2001 | 11 juli speech 2002 | lambermont & rené barbier | vlaamse onafhankelijkheid | vlaanderen als EU-staat | pim fortuyn | trivia | links |
| LAMBERMONT & RENE BARBIER, DE NEP-VLAMING MET DE RECORD-AMBTSTERMIJN NA EEN VERKIEZING Er bleven einde april 2001 wellicht nog maar weinig ogen vasthaken aan zijn overlijdensbericht in de krant. René Barbier was van 1971 tot 1989 ondervoorzitter én eerste schepen van de Brusselse Agglomeratie - met een hoofdletter, want hier wordt de instelling bedoeld die toen bestond. Toch is het verhaal interessant, in het licht van de discussie die werd gevoerd over het Lambermont-akkoord en over de plaats van Brussel daarin. Bij de grote grondwetsherziening van 1968-1970 had Gaston Eyskens sr. voor de Vlamingen culturele autonomie afgedwongen. Brussel bleef beperkt tot de 19 gemeenten, in ruil waarvoor de Franstaligen in Brussel de "liberté du père de famille" mochten houden. Dat wou zeggen dat de Vlamingen hun kinderen naar een Franstalige school mochten blijven sturen - met het risico dat ze allemaal werden verfranst. Minder dan 20 jaar later zijn de rollen trouwens helemaal omgekeerd en de Franstaligen sturen hun kinderen naar Nederlandstalige scholen. Dat de geschiedenis die wending zou nemen, kon niemand in 1970 vermoeden. De sfeer in Brussel was zeer gespannen. Het radicale Front Démocratique des Francophones (FDF) had bij de gemeenteraadsverkiezingen in 1970 in verschillende gemeenten een absolute meerderheid behaald. In andere gemeenten haastten vooral de Franstalige liberalen zich om het het FDF een alliantie te smeden. In de nieuwe tekst van de grondwet waren ondertussen de artikels 108 bis en 108 ter ingeschreven. Het was de bedoeling om agglomeraties en federaties van gemeenten op te richten om de slagkracht van het locale bestuur te vergroten. Rond Brussel moesten 5 grote, zogenaamde Randfederaties tegelijk een buffer vormen tegen de verdere verfransing van de Vlaams Brabant. De enige plek waar die nieuwe grondwetsartikelen werden uitgevoerd was daar: in Brussel en zijn omgeving. De Agglomeratieraad en die van de randfederaties werden op 21 november 1971 verkozen. Wat Brussel betreft was er natuurlijk gedacht aan waarborgen voor de Vlaamse minderheid. Het uitvoerend college van de Agglomeratieraad zou, afgezien van de voorzitter, paritair worden samengesteld: zes Franstaligen en zes Vlamingen. Daarnaast was er voorzien in een bijzondere meerderheid en een alarmbelprocedure voor als één van de taalgroepen zich niet lekker voelde. Precies zoals in het nationale parlement en de nationale regering. De bedoeling was dat de Franstaligen Brussel niet zouden kunnen besturen zonder de Vlamingen; de garanties daarvoor leken ijzersterk. Het was helaas ook gerekend buiten de vindingrijkheid van de gewezen stafhouder van de Brusselse balie Jean Van Ryn, en zijn vrienden. Le bâtonnier, zoals Van Ryn door de Franstalige media respectvol werd omschreven, ijverde al een tijd voor de Francophone belangen. Hij had daartoe een zogenaamd "comité de salut public" opgericht - de verwijzing naar de Franse Revolutie was absoluut niet ironisch bedoeld. Van Ryn bokste een kartel ineen van het FDF met de Franstalige liberalen, het Rassemblement Wallon. Om de waarborgen voor de Vlamingen te omzeilen, plaatste hij strategisch ook een aantal FDF-Vlamingen op de lijst: Brusselaars met een Nederlandstalige identiteitskaart die het spel van het FDF wilden meespelen. De truc slaagde volkomen. Het Rassemblement Bruxellois behaalde een volstrekte meerderheid en leverde bovendien bijna de helft van de Vlaamse verkozenen. Genoeg om het Vlaamse deel van het uitvoerend college te kunnen blokkeren. Eén van die FDF Vlamingen was dus René
Barbier, die tot 1989 als Vlaming van dienst in het uitvoerend college
bleef zitten, zonder dat hij zich na 1971 ook nog maar één
keer had moeten laten herkiezen. Van Ryn had met zijn farce namelijk ook
de hele agglomeratiegedachte afgeschoten. De Randfederaties van Brussel
werden in 1976 opgedoekt bij de fusies van de gemeentes. De Brusselse
Agglomeratie bleef bestaan tot zijn bevoegdheden in 1989 door het Brusselse
Gewest werden overgenomen. Volstrekt ondemocratisch, maar uit pure schaamte
durfde niemand in die 18 jaar nog nieuwe verkiezingen voor het vehikel
uitschrijven. |