marcus garvey | john harrison | celestinus V | jasper maskelyne | raoul wallenbergh | basil zaharoff | alves reis | sigaren van bloss | moresnet | antonio meucci | pim fortuyn

Handelaar in dood en verderf: het leven van sir Basil Zaharoff. (° +/-1850 +27/11/1937)

Was hij de zoon van een Russisch officier of het kind van een arme Turk ? Over zijn afkomst vertelde Basil Zaharoff menige leugen. En ook over zijn praktijken als wapenhandelaar was hij niet erg openhartig. Eén is echter zeker: tijdens zijn leven werd er geen enkele oorlog uitgevochten zonder dat hij er aan verdiende. Zoveel jaren na zijn dood is Zaharoff voor velen een nobele onbekende. In de vorige eeuw was hij echter een bijzonder belangrijk man in de wereldgeschiedenis. Zo eentje die zich het liefst én het best achter de schermen beweegt.
Ik leerde hem kennen via een stripalbum van Kuifje (Het Gebroken Oor) waarin ene Basil Bazaroff zijn opwachting maakt als wapenhandelaar. Herge liet geregeld bekenden opdraven in zijn strips maar vermomde ze enigszins. Een cameo avant-la-lettre eigenlijk. Op zoek naar wie die Bazaroff kon zijn, ontdekte ik één van de meest enigmatische mensen van de 19e en 20e eeuw.

Hij vertoonde zich maar zeer zelden in het openbaar en werd daarom in Duitsland "der geheimisvolle Man europas" genoemd. Foto’s van de man zijn dan ook haast onvindbaar.

Dit is mijn poging om sir Basil Zaharoffs leven samen te vatten en hem aan zoveel mogelijk mensen voor te stellen.

Toen sir Basil Zaharoff stierf, bezat hij 298 onderscheidingen, hem toegekend door de regeringen van 31 landen. Een verdienstelijk man, zou men zeggen. Toch waren er geen gevoelens van rouw over zijn dood, eerder van opluchting. Sir Basil werd vooral gehaat en gevreesd. Voor hem werd geen standbeeld opgericht. Hij hàd al een monument: de graven van de miljoenen soldaten die op de slagvelden in Europa en elders het leven hadden gelaten.
"Der Man im Dunkeln", zo werd hij genoemd. Dat sloeg niet alleen op zijn gekonkel in de politiek en zijn heimelijke beïnvloeding van staatslieden, maar ook de manier waarop hij een rookgordijn wist te leggen rond zijn eigen persoonlijke leven. Wie sir Basil was, waar en wanneer hij eigenlijk geboren is, wie zijn ouders waren en hoe hij zijn kinderjaren heeft doorgebracht, weet niemand. En Zaharoff was er niet de man naar om daar enige duidelijkheid over te verschaffen. Integendeel. Over zichzelf kon hij schijnbaar bijzonder openhartig zijn. Hij was een goed verteller maar helaas, zijn verhalen spraken elkaar altijd tegen en geen mens kon uitmaken wat waar was en wat fantasie. Robert Neuman, die in 1939 een bibliografie over Zaharoff publiceerde, stuitte bij het opsporen van de gegevens op de grootste moeilijkheden. Hij vertelt over Zaharoff: "Hij heeft al het mogelijke gedaan om de boel in de war te schoppen. Je vraagt naar een geboortebewijs. Helaas, de kerkregisters zijn bij een brand verloren gegaan. Je zoekt in de archieven van het Oostenrijks ministerie van Oorlog naar een bepaald document over hem. De map is er, maar ze is leeg. Met veel moeite krijg je de toestemming om een dossier van een rechtszaak in te kijken maar helaas, ook deze keer kan niemand het dossier vinden."

In 1873 beweerde Zaharoff zelf dat hij in 1851 in Tatavla, een armoedige wijk van Constantinopel (het huidige Istambul) geboren was. Als naam gaf hij Zacharia Basilius Zacharoff op. Negentien jaar later kwam hij op de proppen met een schriftelijke verklaring dat hij op 6 oktober 1849 in Mouchliou (nu Muglia) in Klein Azië het levenslicht zag. Zijn naam was Zacharie Vasiliou Zacharoff Basile. Opnieuw later, nu in 1921, verklaarde hij in Phanar, een sjieke wijk van Constantinopel geboren te zijn. Zijn vader was een rijke Griekse reder, een straatarme werkloze Turk, een hooggeplaatste officier in het Russische leger, een Albanese aanvoerder of een Anatolische jood. Zaharoff had gestudeerd in Londen en Parijs. Hij had op de Engelse school van Constantinopel gezeten, of, zoals hij ook wel eens beweerde, op de exclusieve public school van Rugby in Engeland. Nergens is echter een bewijs van inschrijving te vinden …
Is er dan helemaal niets met zekerheid bekend over Zaharoffs jeugd ? Toch wel.

Uit verschillende getuigenverklaringen uit het begin van de 20-ste eeuw, blijkt dat de tienjarige Zaharoff wat centen verdiende door zeelui de weg te tonen naar de bordelen. Op zijn veertiende kwam hij bij de brandweer terecht. Tegenwoordig best een eerbaar beroep, maar destijds in het negentiende eeuwse Constantinopel scheef bekeken. Vooral de brandweermannen van de wijk Tatavla waren berucht omdat ze een hechte groep vormden en een brand slechts wilden blussen nadat ze daar goed voor betaald werden. Ze waren ook niet te beroerd om zelf een brandje te stichten als de inkomsten wat tegengevallen waren, de laatste weken.

Aan Zaharoffs carrière bij de brandweer kwam abrupt een einde in 1865, toen na een grote brand in een warenhuis, de brandkast spoorloos verdwenen was. Zijn makkers verdachten hem er van dat hij die achterover gedrukt had. Of die verdenking nu gegrond was of niet, Zaharoff vond het raadzaam een tijdje van het toneel te verdwijnen. Later dook hij , volgens de getuigenis van een oud-brandweerman, op als portier/buitenwipper van het bordeel van ene madame Niklas. In die tijd moet Zajaroff de basis hebben gelegd voor zijn formidabele talenkennis; een kennis die hem nog meer in staat stelde het rookgordijn rond zijn afkomst nog ondoordringbaarder te maken dan het al was. Hij sprak Grieks, Russisch, Turks, Engels en Frans zonder noemenswaardig accent. Wat zijn moedertaal dan ook echt was, is niet meer na te gaan.

Hoe lang Zaharoff in dienst is geweest bij madame Niklas, is niet bekend. In 1870 was hij tapijtenverkoper bij zijn oom Sevastopoulos. Zaharoff deed zijn werk uitstekend. Na twee jaar ging hij er echter plotseling vandoor, allicht nadat hij een greep had gedaan in de kas van de zaak van zijn oom. Als prins Zacharias Basilius Gortzakoff, zoon van een Russisch officier, reisde hij via Frankrijk en België naar Engeland, waar hij een niet onbemiddelde aannemersdochter, Emily Ann Burrow, aan de haak wist te slaan. Het huwelijk werd ingezegend op 14 oktober 1872. En toen geraakte de pseudo-prins in moeilijkheden. Hij werd gezocht door de politie. Spoorslags vertrok hij met zijn bruid naar België maar hij had het uitleveringsverdrag tussen beide landen over het hoofd gezien. Binnen de kortste keren bevond hij zich dan toch voor een Engelse rechter. De beschuldiging luidde dat hij in Constantinopel obligaties ter waarde van 7000 £ had gestolen en in Londen goederen had verkocht die hem waren toevertrouwd.

Zaharoff beweerde later dat zijn oom hem een loer had willen draaien. Natuurlijk had hij geld uit de kas meegenomen, maar dat was geen diefstal geweest. Zijn oom had een vennoot van hem gemaakt maar had hem nooit in de winst laten delen. En toen had hij het dan maar zelf genomen. Hij had de rechter van zijn onschuld kunnen overtuigen en daarmee was de kous af. Vertelde hij …

De werkelijkheid was even anders. Uit krantenverslagen van die tijd (de processtukken zijn natuurlijk onvindbaar) blijkt dat Zaharoff wel degelijk schuldig werd bevonden aan diefstal van goederen (de zaak van de obligaties werd geseponeerd) maar tegen borgtocht vrijkwam nadat hij had beloofd de aanklager schadeloos te stellen. De arme Emily betaalde het gelag. Haar kapitaal ging op aan de proceskosten en de aflossing van de schulden. En nu bleek dat haar prins eigenlijk geen prins was, onterfde haar vader haar. Dat maakte haar op slag ook niet meer interessant voor Zaharoff. Het huwelijk sudderde nog wat door tot 1876 of 1877; toen werd de scheiding uitgesproken. In de jaren ’90 stierf ze.

In de periode van 1873 tot 1877 schijnt Zaharoff onder de naam van Z.Z. Williamson op Cyprus de kost te hebben verdiend met wapenhandel, maar het echte grote werk op dit gebied begon in 1877. In dat jaar dook hij op, deze keer definitief onder de naam Zaharoff, in Athene. Daar werd hij op voorspraak van Etienne Skouloudis, een man die later premier zou worden in Griekenland, vertegenwoordiger van de Britse wapenfabrikant Nordenfelt. Vanaf dat ogenblik ging het snel bergopwaarts met de carrière van Zaharoff.

Zaharoff speelde het spel slim. Onderzeeërs waren in die tijd al wel uitgevonden (al meer dan een eeuw zelfs) maar veel vertrouwen had men niet in dit soort oorlogsschepen. Nordenfelt had een nieuw model ontwikkeld en een prototype gebouwd maar vond geen kopers onder de wereldmachten van die tijd. Zaharoff toog met het ontwerp naar de Griekse minister van Oorlog. Hij wees op de voordelen van de onderzeeër, toonde aan dat het met dergelijk wapen heel gemakkelijk was om de havens van de Turken – Griekenlands aartsvijanden – binnen te dringen en verkocht 1 exemplaar, weliswaar tegen sterk gereduceerde prijs, maar nu er één schaap over de dam was, zouden er wel meer volgen.
Zaharoff reisde vervolgens naar Constantinopel, vertelde de Turkse minister van Oorlog dat de Grieken over een formidabel wapen beschikten en raadde hen aan om mintens twee onderzeeërs aan te schaffen. Het lukte …

Vervolgens trokt Zaharoff naar Sint-Petersburg , wees op het gevaar dat in de Zwarte Zee dreigende was voor Rusland en verkocht 4 onderzeeërs. Dat alles tegen een veel hogere prijs dan de Grieken betaald hadden.
Nordenfelt was een betrekkelijk klein bedrijf; te klein voor Zaharoffs ambitie. Door zijn toedoen kwamen in de loop der jaren fusies tot stand met andere wapen- en munitiefabrieken (Maxim en Vickers) en met scheepswerven (onder andere de Barrow Shipbuilding Company). De wapenverkoop liep prima. Zaharoffs taktiek bestond er uit regeringen tegen mekaar uit te spelen. Geen methode was hem te grof als het er om ging zijn doel – geld en macht – te bereiken. Zelfs voor moord schrok hij niet terug. Zijn felste tgenstanders, onder wie bekende personen als de Duitse socialist Karl Liebknecht, de linkse Franse politicus Jean Jaurès en de Poolse prins Radziwill, kwamen voortijdig aan hun einde. Zaharoffs betrokkenheid in deze werd natuurlijk nooit bewezen, maar het kàn geen toeval zijn dat zoveel mensen die voor hem een gevaar betekenden, werden vermoord of stierven onder verdachte omstandigheden.
Tijdens de eerste wereldoorlog beschikte Zaharoff in Athene over een legertje agenten die de invloed van de Duitsters in het neutrale Griekenland binnen de perken hielden. Menig Duitse agent vond zijn einde in het smerige water van Piraeus, de haven van Athene. Volgens een rapport van de Atheense poltiecommissaris, bestond het leger van Zaharoff uit 160 man onder wie 27 dieven, 21 beroepsgokkers, 20 handelaars in blanke slavinnen, 10 smokkelaars en 8 beroepsmoordenaars. Een fraai stel !

Behalve van geweld, maakte Zaharoff ook gebruik van radio en pers (de enige media in die tijd) om zijn invloed uit te breiden. In Griekenland richtte hij Agence Radio op, een zender die jarenlang op de Balkan en in Griekenland de publieke opinie heeft bespeeld. Met succes overigens; zo moest in 1917 de Griekse koning Constantijn wijken voor Zaharoffs vriend Venizelos en raakte Griekenland in de jaren ’20 verwikkeld in een onzalige oorlog tegen de Turken waarbij zelfs Zaharoff geen schijnt te hebben gemaakt. Men zegt dat hij tientallen miljoenen in dit avontuur gestoken heeft en er niets van teruggezien heeft.
Over het algemeen echter, voer Zaharoof wel bij iedere oorlog die waar dan ook ter wereld uitbrak. Soms schiep hij zelf de aanleiding om een oorlog te laten beginnen. In 1898 werd in de haven van Havana in Cuba de Amerikaanse oorlogsbodem Maine opgeblazen. Deze daad van agressie deed de VS besluiten om aan Spanje (toen nog de baas in zijn kolonie Cuba) de oorlog te verklaren. Volgens de getuigenis van een Cubaan was het schip opgeblazen omdat de "Maxim-Nordenfelt Company" (lees: Zaharoff) Spanje en de VS in oorlog wenste te zien om de verkoop van wapens te stimuleren".

In de jaren voor WO I bevorderde Zaharoff met alle middelen de bewapeningswedloop. Ook daarbij ging hij sluw te werk. Hij had een aantal kranten opgekocht waarin hij geregeld alarmerende berichten over de bewapening en oorlogsvoorbereidingen van een mogelijke tegenstander liet verschijnen.
In 1907 verscheen in een aantal Franse kranten een lofzang op de voortreffelijke kwaliteiten van de Franse machinegeweren. Prompt sloeg een afgevaardigde in het Duitse parlement, de Reichtag, alarm en eiste dat de regering maatregelen zou nemen om deze dreiging af te wenden. Het gevolg was dat de productie en handel van machinegeweren zowel in Frankrijk als Duitsland drastisch opgevoerd werden.

Een jaar later onthulde Karl Liebknecht in de Duitse Reichstag dat het bericht in de Franse kranten was opgenomen op verzoek van de Deutsche Waffen und Munitionsfabriken, een bedrijf dat nauwe betrekkingen onderhield met Vickers (en dus met Zaharoff).

Zaharoff was zeer gebaat bij de lange duur van welk gewapend conflict ook. De eerste wereldoorlog was voor wapenhandelaars als Zaharoff een goudmijn. Daar kwam Zaharoff trouwens rond voor uit. Tegen zijn vriend Venizelos zie hij eens: "In 1914 was Duitsland kwetsbaarder en zwakker dan het zelf én zijn vijanden beseften. Ik zou de westerse machten drie punten hebben kunnen aanwijzen waar zij bij een geconcentreerde aanval het vijandelijke wapenpotentieel hadden kunnen vernietigen. Maar dat zou mijn handel hebben geruïneerd … en het zou niets hebben opgelost. De wereld zou rijp zijn geweest voor een revolutie".
Ondertussen had hij een beruchte affaire met de hertogin de Villafranca, wiens echtgenoot, de hertog Fransisco de Borbon, een lid van het Spaanse koningshuis, mentaal gestoord was. Wanneer de hertog stierf, trouwde Zaharoff met zijn minares. Toen ze in 1926 stierf trok hij zich meer en meer terug uit de wapenhandel.
Na de oorlog, toen er steeds meer stemmen opgingen voor ontwapening, stortte Zaharoff zich in de oliehandel. Toen zijn vrouw in 1926 stierf, trok hij zich terug in Monaco waar hij het casino kocht in Mont Carlo en er in korte tijd een winstgevend bedrijf wist van te maken. Zelf gokken deed hij nooit.
Tot op zeer hoge leeftijd bleef Zaharoff actief. Via zijn uitgebreide inlichtingendienst bleef hij op de hoogte van het doen en laten van de machthebbers en de eventuele smerige zaakjes waarin ze betrokken waren. Er zal een zucht van opluchting zijn opgegaan toen in het begin van de jaren dertig bekend werd dat de oude Zaharoff zijn dagboeken had verbrand, waarbij hij zijn beste paraplu, die hij als pook gebruikte, vernielde en per ongeluk zijn huis aan de avenue Hoche te Parijs in brand stak.
De opluchting werd nog groter toen op 27 november 1936 de man die meer dan een halve eeuw achter de schermen de politiek had beïnlvoed, voorgoed de ogen sloot.



bronnen:
∑ het internet
∑ Herge: Kuifje en het Gebroken Oor
∑ Donald McCormick: Pedlar of Death – The life of sir Basil Zaharoff; McDonald, London (1965)
∑ R. Lewinsohn: Der Man im Dunkeln (1929)