| marcus garvey | john harrison | celestinus V | jasper maskelyne | raoul wallenbergh | basil zaharoff | alves reis | sigaren van bloss | moresnet | antonio meucci | pim fortuyn |
| celestinus V: de paus die zijn ambt afstond. In een Italiaans kasteel te Fumone herinneren
een tand, een stuk van een hart en een paar knopen van een tuniek aan
Pietro Angelarie, bijgenaamd “da Murrone”. Pietro was in 1294
een paar maanden lang paus en verwierf zijn plaats in de geschiedenis
door als eerste, en tot hiertoe enige paus, zijn ambt neer te leggen.
Zijn opvolger, Bonifatius VIII, was als de dood voor de invloed die de
ex-paus nog kon hebben en liet hem dan ook opsluiten in een kleine benepen
kerker waar de 91-jarige Pietro een paar maanden later overleed.
De jaren voor de verkiezing van Pietro waren om het zacht uit te drukken nogal turbulente jaren. De katholieke kerk was oppermachtig geworden in vele streken en haar bisschoppen of pastoors begonnen zich de rechten van feodale heren toe te eigenen; tot het ius primae noctis toe, waardoor ze de plaats van de bruidegom konden innemen in de huwelijksnacht. Men had er in die jaren ook het beruchte conclaaf opzitten waar de kardinalen er zo lang over deden om een paus te kiezen, dat men hen op brood en wijn en later op brood en water ging zetten om hen tot een beslissing te dwingen. Toen ook dat niet het gewenste resultaat opleverde, had men zelfs het dak weggenomen van de zaal waar ze vergaderden. Na 3 jaar koos men uiteindelijk voor Gregorius X. Dat hij niet de meest evidente paus was, mag blijken uit het feit dat de man op het moment van verkiezing op kruistocht was en het meer dan zeven maanden duurde eer hij in Rome raakte om er tot paus gewijd te worden. Na Gregorius volgden nog een paar pausen
die vooral naam maakten met hun levensstijl waarbij ze niet met één
maar met heel veel verschillende dames het bed deelden. Bonifatius VIII Dat bleek moeilijker dan men zich had voorgesteld. De man scheen zo wereldvreemd geworden te zijn dat hij al jàren alle contacten met andere mensen meed. Niemand wist überhaupt nog waar de kluizenaar precies was. Boodschappers werden uitgestuurd en liepen vervolgens weken rond in de bergen of verdwaalden in het struikgewas op de bergflanken. Tenslotte bracht een jonge geitenhoeder de oplossing: hij wist waar de kluizenaar ongeveer leefde. Deze keer trok een heel gevolg met pauselijke pracht en praal de bergen in en vond effectief de grot waar Pietro zou leven. Het duurde even vooraleer de man zich liet zien maar uiteindelijk verscheen er een vieze vuile vent die met angstige ogen vanonder zijn verwilderde haardos keek naar de kleurige stoet die voor zijn grot stond. De man had al in geen tien jaar nog mensen gezien, laat staan zo’n kleurrijk uitgedoste groep. Toen men hem toeriep waarvoor ze daar waren, gebeurde dan ook wat te verwachten was: Pietro leek wel gek te worden van angst en vluchtte weg, de struiken in. In een Monty Python-achtige stijl werd de man achterna gezeten door de pauselijke kolonne, dwars door het struikgewas. Het eindigde in een heus gevecht waarbij men de groezelige kluizenaar manu militari overmeesterde en hem vervolgens nog eens uitlegde waarom men daar was. Nadat men nog een dag op hem ingesproken had, gaf Pietro toe en liet hij zich de berg afvoeren door zijn nieuwe hofhouding. Nog maar net bekomen van al die mensen om hem heen, dreigde de man opnieuw te vluchten toen er hem in de vallei een paar duizend mensen stonden op te wachten. Onder de bescherming van Karel II, eigenlijk een veredelde gevangenschap, werd de nieuwe paus afgevoerd. Men gaf zich nog even om de korstige vunzigaard, die al een decennium lang in een grot had gewoond, om te turnen tot een presentabele paus. Er werd duchtig geschrobt, haren en baard werden geschoren, er werden nieuwe kleren gemaakt … tot men klaar was. Op 24 augustus 1294 werd Pietro Angelari, ten overstaan van 200.000 toeschouwers, in A- uila tot bisschop van Rome gewijd. Hij koos als pausnaam Celestinus V. De nieuwe paus bleek volkomen te beantwoorden aan wat Karel II gehoopt had; hij benoemde niet minder dan 12 kardinalen van wie men met zekerheid kon stellen dat ze in Karels kamp zaten. Hij mengde zich met het dagelijks bestuur van de kerk te Frankrijk en probeerde de kloosterorden strengere leefregels op te leggen. Celestinus was als was in de handen van Karel II. Om dat zo te houden, dacht Karel dat het beter was als hij de paus niet naar Rome liet gaan maar probeerde te lijmen om in zijn kasteel te blijven wonen. Daartoe liet hij in de kelders van zijn kasteel de grot nabouwen waarin Celestinus had gewoond toen hij nog gewoon Pietro de kluizenaar was. Het werkte, opnieuw gaf Celestinus toe en hij vertoefde meer en meer in zijn nieuwe “oude” grot, in de kelders van het kasteel. Eigenlijk was Celestinus niet alleen als
was in de handen van Karel II, maar van iedereen die hem maar te spreken
kreeg. Celestinus gaf alles aan iedereen toe, zolang men hem maar rustig
liet bidden. De chaos nam toe omdat Celestinus bijna dagelijks dingen
besliste die in tegenspraak waren met zaken die hij de dagen voordien
had afgevaardigd. Caëtani speelde de verontwaardiging met verve. Hoe kon Celestinus nu aftreden ? Dat had een paus nog nooit gedaan ! Als snel veranderde hij echter van toon, toen hij zag dat de paus nog meer in dubio raakte. De wil van god was duidelijk tot uiting gekomen toen Celestinus met algemeenheid van stemmen tot paus was gekozen door de kardinalen. Maar misschien wilde god nu zeggen dat er al zoveel door de nieuwe paus was gerealiseerd in de afgelopen 5 maanden en dat de gebeden van een kluizenaar nu meer zouden kunnen helpen dan de daden van een paus ? Tja, nu hij er zo over nadacht was dit misschien wel een bevel uit de hemel geweest ! Celestinus kreeg weer hoop. Hij zou zijn geliefde berg terugzien ! En die goede Caëtani beloofde hem te helpen bij de abdicatie. Tot zijn verbazing bleken de kardinalen
het allemaal niet zo erg te vinden en begrepen ze hem heel goed. Van hen
moest hij geen tegenwind verwachten. Toen bleek dat het volk niet gelukkig was met de abdicatie van hun populaire paus, leek het zowel Bonifatius VIII als Karel II veiliger de man bij zich te houden en men wilde de ex-paus arresteren. Die zag in een vlaag van luciditeit de problemen opkomen en vluchtte de natuur in. Gewapende soldaten van Karel II en de paus zochten Pietro in de streek van de Murone. Pietro kende die streek echter beter dan wie dan ook en slaagde er maanden in uit de handen van zijn jagers te blijven. In april 1295 probeerde hij met een bootje de Ardiatische zee over te steken naar Griekenland maar een storm dreef hem terug naar de kust en hij strandde te Vieste. Daar stonden zijn belagers hem op te wachten en op 16 mei 1296 werd hij aan Bonifatius VIII uitgeleverd.
Deze beloofde zijn voorganger dat hij hem
in veiligheid zou brengen in een kasteel te Fumone, in een cel die hem
aan zijn grot zou doen denken. Alweer geloofde Pietro zijn raadsman en
hij liet zich gedwee afvoeren. |