|
Raoul Wallenberg, de Zweedse Oscar Schindler
De USA geeft maar heel weinig mensen zijn staatsburgerschap
maar het is nog spaarzamer met zijn ere-staatsburgerschappen. Tot op heden
zijn er amper twee mensen die dat ere-staatsburgerschap mochten ontvangen.
Eén daarvan kent iedereen: sir Winston Churchill, premier van Groot-Brittanië
tijdens WOII. De andere is een beetje een verrassing want voor velen is
het een nobele onbekende: de Zweed Raoul Gustav Wallenberg.
Begin 1944 draaide Hitlers vernietigingsmachine
op volle toeren en waren in bezet Europa alle grote Joodse gemeenschappen
uitgeroeid op één na: die van Boedapest in Hongarije, waar
zon 700.000 Joden leefden. Ze stonden echter op het lijstje van
Adolf Eichmann, die hen net als miljoenen anderen ook wilde laten vernietigen.
Toen ook in Boedapest de deportaties begonnen, vonden een aantal neutrale
landen dat ze meer mensen moesten proberen te beschermen door hen paspoorten
uit te reiken, waardoor ze beschermd zouden zijn. Er werd op diplomatiek
niveau gezocht naar iemand die als Zweeds diplomaat naar Hongarije kon
vertrekken om het er voor de Joodse gemeenschap op te nemen.
In juni 1944 werd de 32-jarige Raoul Wallenberg benoemd tot secretaris
van de Zweedse ambassade te Boedapest. Hoewel Wallenberg geen enkele ervaring
had als diplomaat, had hij het talent om mensen te imponeren en te overtuigen.
Toen hij op 8 juli 1944 aankwam in Boedapest, waren er al een 400.000
Joden afgevoerd naar de vernietigingskampen in het zuiden van Polen; er
bleven er nog zon 230.000 over. Tijdens de 6 maanden dat hij in
de Hongaarse hoofdstad verbleef, slaagde Raoul Wallenberg er in om 100.000
Joden te redden. Toen de stad in januari 1945 werd bevrijd door de troepen
van de Sovietunie, werd Wallenberg gearresteerd. Sindsdien is hij vermist
Dit is mijn poging om Raoul Wallenberg, de Zweedse Oscar Schindler, bekender
te maken bij een aantal mensen en hem zo de aandacht te geven die hij
verdient.

Als je één mensenleven redt, is het alsof je de hele
wereld hebt gered
(Talmud)
Toen Raoul op 4 augustus 1912 geboren werd,
was zijn 21 jarige moeder, Maj, al weduwe. Raouls vader was drie maanden
eerder aan kanker overleden. Hij had echter het geluk een Wallenberg te
zijn, één van de 4meest vooraanstaande families in zijn
land. Raouls vader was officier geweest in het leger en zijn grootvader
was ambassadeur in de Zweedse ambassade te Japan. Zijn nonkels, Jacob
en Marcus, waren succesvolle bankiers die de Enskilda bank hadden opgericht.
Verder leverde de familie verschillende diplomaten en hoge geestelijken,
zoals bisschoppen voor de Lutheraanse kerk. Zijn moeder kwam ook uit een
vooraanstaande familie. Haar vader, Per Wising, was de eerste neurochirurg
van Zweden. Haar overgrootvader was een Jood. Die vestigde zich in Zweden
en werd er eerst een bekend juwelier en nadien financieel adviseur van
de koning.

Maj hertrouwde in 1918 met Frederick von
Dardel, de directeur van het grootste ziekenhuis van Zweden: het Karolinska
hospitaal. Het paar kreeg twee kinderen die samen met Raoul opgevoed werden.
Toen hij zijn humaniora achter de rug had en zijn militaire dienst had
vervuld, stuurde zijn grootvader hem voor een jaar naar Frankrijk, om
er zijn Frans te perfectioneren. Raoul sprak toen al vloeiend Engels,
Duits en Russisch. In 1931 ging hij naar de USA en studeerde er aan de
universiteit van Michigan architectuur. Hij legde de hele opleiding een
jaar sneller af dan voorzien was en kreeg nog eens de eremedaille van
zijn jaar. Raoul was dus zon beetje een modelstudent; met zijn relaties
leek hij dus voorbestemd voor een leidinggevende functie in zijn land.
Zijn grootvader probeerde hem er van te overtuigen mee in de bank van
de familie te stappen, maar hij weigerde en vertrok liever voor een half
jaar naar Zuid Afrika voor een bouwbedrijf. Meteen nadien, in 1936, trok
hij naar Palestina, waar hij te Haifa in een bank ging werken. Het was
daar dat hij de eerste vluchtelingen ontmoette die Duitsland hadden verlaten
omwille van Hitlers anti Joodse wetten. Hij was er diep van onder de indruk.
Toen hij later op het jaar terugkeerde naar Zweden, bezorgde zijn grootvaders
connecties hem een job bij de Central European Trading Company via de
Joodse eigenaar van de zaak, Koloman Lauer. Amper 6 maand later was Raoul
al partner in de zaak en reisde hij voor zijn zaak heel Europa door.
Wanneer ook Boedapest getroffen werd door de vervolging van de nazis
en de vraag om hulp via de Zweedse diplomatie werd voorgelegd aan Joodse
Raad van Zweden, suggereerde één van de leden, Koloman Lauer,
zijn partner, Raoul als mogelijke kandidaat voor de missie. Het voorstel
werd doorgegeven aan Ivar Olsen, de Zweedse vertegenwoordiger van de Raad
voor Oorlogsvluchtelingen (een organisatie die door de Amerikaanse president
Roosevelt werd gesticht om oorlogsslachtoffers te helpen). Het was die
Ivar die Raoul Wallenberg formeel vroeg de opdracht te aanvaarden en naar
Boedapest te trekken.
Op het moment dat Raoul aankwam in Boedapest,
op 9 juli 1944, waren er nog amper 230.000 Joden over in de stad; meer
dan 437.000 waren er al afgevoerd. Zijn opdracht was het verstrekken van
documenten waardoor de dragers van die documenten een Zweedse bescherming
genoten. Niet alleen de Zweden gaven dit soort documenten uit; ook de
pauselijke nuntius, Angelo Rotta, deelde ze uit, net als het rode kruis
dat ook deed. Het bezitten van dit soort beschermende documenten betekende
vaak het verschil tussen leven en dood.
Het Hongaarse ministerie van buitenlandse zaken had toestemming gegeven
om 1500 van dit soort paspoorten uit te delen; Wallenberg
onderhandelde tot hij er 4500 mocht uitdelen en gaf er uiteindelijk zelfs
drie keer zoveel uit. Hij had dan ook een kantoor bemand met 250 Joden
die dag en nacht werkten in shifts. Met zijn ploeg zette Raoul over de
hele stad hospitaalposten op, gaarkeukens, kindercreches enz.
Hoewel
de deportaties in juli opgehouden waren, maakte Eichmann zich klaar voor
een blitz-operatie waarbij hij op 24 uur met behulp van SS-troepen het
resterende deel van de Joodse gemeenschap zou opruimen. Tegen augustus
had hij al bijna 10.000 SS-ers bij mekaar gebracht in de stad. De toenmalige
regent van Hongarije, Miklos Horty, zag het gevaar en liet Eichmann verbannen.
Toen de Russen oprukten in september en
oktober, verklaarde Horty op 15 oktober dat de oorlog voor Hongarije voorbij
was maar werd daarin niet gevolgd door de pro-Duitse militie der Pijlkruisers.
Hun voorman, Ferenc Salazy, verving Horty aan het hoofd van de staat en
de Pijlkruisers werden oppermachtig in Boedapest. De dag na de putch keerde
Eichmann al terug naar de stad. Wallenberg, die zich eigenlijk al opmaakte
om terug naar huis te keren omdat hij dacht dat de oorlog nu wel snel
voorbij zou zijn, ontdekte dat zijn persoonlijke staf van dat moment opgepakt
was. Op de fiets ging hij hen achterna en slaagde er in hen allen, op
een tiental na, te bevrijden en onder te brengen op veilige plaatsen.
Toen de Russen begin november de buitenwijken van Boedapest bereikten,
terroriseerden de Pijlkruisers het centrum van de stad. Omdat er geen
treinen meer beschikbaar waren op dat moment, besloot Eichman toen om
de Joden de stad te doen uitmarcheren in wat later de dodenmars
werd genoemd, richting een Oostenrijks concentratiekamp te Hegyshalom.
Samen met Per Anger, een ander Zweeds diplomaat, probeerde Wallenberg
zoveel mogelijk voedsel en medicijnen uit te delen aan de Joden in die
mars. Natuurlijk deelde hij ook paspoorts uit

Aan iedere uitvalsweg van Boedapest plaatste
hij vervolgens checkpoints waar zijn staf uitzocht wie zon paspoort
had om te voorkomen dat die mensen gedeporteerd werden. Op die manier
slaagde hij er in een 2000-tal mensen te redden en nog eens een 15.000-tal
dwangarbeiders.
Eind november werden de dodenmarsen stopgezet op bevel van Eichmanns baas,
Himmler.
Toen de Russen in januari hun aanval op de stad inzetten, ging het voor
de Joden, opgesloten in hun getto, van kwaad naar erger. Naast de bombardementen
die ze nog te verduren kregen, was er ook nog de angst voor de Pijlkruisers.
Die waren, met het oog op de nederlaag, helemaal losgeslagen en sloegen
aan het plunderen, moorden en verkrachten. Dankzij een afspraak met het
hoofd van de politie, Szalay, kon Wallenberg voorkomen dat zijn beschermde
huizen geraakt werden. Szala had toegezegd ze onder politiebescherming
te plaatsen.
Toch had Wallenberg in deze moeilijke periode besloten om aan de toekomst
te denken nà de Russische overwinning. Hij had een joods economist,
Rezso Muller, een gedetailleerd sociaal en economisch plan laten opmaken
voor het herstel van Hongarije na de oorlog.
In die dagen haalde Wallenberg nog een legendarische stunt uit. Hij had
vernomen dat Eichmann het Duitse leger de opdracht had gegeven om alsnog
de laatste Joden in één korte operatie uit te schakelen.
Wallenberg liet een brief afgeven aan de Duitse bevelhebber, generaal
Schmidtgruber, waarin hij onomwonden stelde dat hij hem na de oorlog zou
aanklagen voor misdaden tegen de menselijkheid en dat hij er voor zou
zorgen dat Schmidtgruber als straf daarvoor opgehangen zou worden. De
brief had het beoogde effect en de aanval op het getto werd afgeblazen.
Twee dagen later werd het getto door de Russen bevrijd. Over de hele stad
hadden 120.000 Joden het overleefd.
Met de aankomst van de Russische troepen, dacht Raoul dat het moment daar
was om zijn plan voor de heropbouw te overhandigen aan de Russische bevelhebber,
generaal Tchernishev. Op 17 januari vertrokken Raoul Wallenberg en zijn
chauffeur, Vilmos Langfelder, naar Benczur om de generaal te ontmoeten.
Niemand heeft sindsdien nog iets van hen gehoord
Wat er gebeurd kan zijn:
Allicht is Wallenberg gearresteerd door de NKVD, de voorloper van de KGB,
toen ze aangekomen zijn op het hoofdkwartier van de Russen. Ze werden
allicht eerst in Boedapest opgesloten en werden nadien per trein naar
Moskou overgebracht. De aanklacht zal allicht spionage voor de USA of
Engeland geweest zijn. Het was toen immers de gewoonte bij de Russen om
spionnen als cover een humanitaire taak te geven. Op 31 januari kwamen
Raoul en Vilmos aan in de Lubianka gevangenis waar ze gescheiden werden.
Op 18 maart werd Vilmos naar de Lefortovo gevangenis overgebracht. In
mei volgde Raoul hem.
In februari verzekerde de Russische ambassadeur
te Stockholm nog dat beide in goede gezondheid waren.
In december 1945 werd Vilmos Langfelder afgevoerd uit de Lefortovo gevangenis.
Van daar af is er geen enkel spoor van hem meer te vinden.
Alle gevangenen die contact hadden gehad met Raoul of Vilmos werden op
27 juli 1947 ondervraagd door de geheime politie. Na de ondervragingen
werden velen onder hen voor maanden in een isoleercel opgesloten. De reden
of de resultaten voor die ondervragingen zijn ook onbekend
In augustus van dat jaar verklaren de Russen dan doodleuk dat ze geen
idee hebben waar Wallenberg is, maar dat hij zeker niét op hun
grondgebied verblijft.

Eichman
Tien jaar later, op 6 februari 1957, verbazen
de Russen de wereld nog maar eens met een officiële verklaring dat
Raoul Wallenberg op 17 juli 1947 overleden is in zijn cel, allicht als
gevolg van een hartstilstand. Het lijk werd meteen zonder lijkschouwing
verbrand.
Sindsdien duiken af en toe geruchten op van mensen die beweren dat ze
Wallenberg nog lang na 1947 ontmoet hebben in één of andere
goelag. De meest bizarre was die van de voormalige officier van de geheime
dienst, Yefim Moshinsky. Die was namelijk degene die Wallenberg indertijd
had opgepakt. Nadien was hij zelf in ongenade gevallen en afgevoerd naar
een geheime goelag die gereserveerd was voor mensen die wettelijk overleden
waren. Moshinsky beweerde dat hij samen met Wallenberg in dat kamp had
opgesloten gezeten.
De moeder en stiefvader van Raoul stierven in 1979 zonder ooit te weten
wat er met hun zoon is gebeurd.
Raoul werd voor zijn buitengewone dapperheid en inzet voor het redden
van Joden tijdens die chaotische laatste oorlogsmaanden, door verschillende
landen geëerd. In 1949 al werd hij door Albert Einstein voorgedragen
voor de Nobelprijs voor de vrede. In 1953 werd hij door Israel uitgeroepen
tot een rechtschapen mens en werd er in zijn naam een boom
beplant op de ere-laan der rechtschapen mensen, net als die
andere, bekende redder van duizenden Joden: Oscar Schindler.
Bronnen:
With Raoul Wallenberg in Budapest (Per Anger)
Lost Hero: the story of Raoul Wallenberg (Frederick Werbell)
Wallenberg: a heros story (tv-reeks uit 1985)
|