| De Esperanto-staat Neutraal
Moresnet

Ooit al in het drielandenpunt van België, Nederland
en Duitsland geweest ? Wist je dat daar nog niet eens zo gek lang geleden
een viérlandenpunt was ?
‘k Zal u helpen: in de meeste catalogi van Belgische postzegels
staan er een paar bladzijden met postzegels van “Neutraal Moresnet”.
De meesten bladeren daar gewoon voorbij wegens niet interessant, onbekend
of te duur.
Toch zit (zat) er een heus land achter: Neutraal Moresnet was zelfs de
eerste staat die het Esperanto ging propageren !
Wat was dat mini-staatje nu eigenlijk ? Was het een soort cyber-landje
avant-la-lettre of heeft het wel degelijk echt bestaan ? En waarom is
het nu verdwenen van de landkaarten ?

Hoe het ontstond
Het was na de val van Napoleon in 1815 dat tijdens het
Congres van Wenen de grenzen binnen Europa opnieuw getrokken moesten worden.
Zo moest ook de grens tussen Pruisen en het Koninkrijk der Nederlanden
worden bepaald. (België bestond toen nog niet)
Echter in de buurt van het plaatsje Kelmis (vlakbij Moresnet) kwamen ze
niet tot overeenstemming omdat in Kelmis een belangrijke zinkmijn lag.
Omdat geen van beide landen deze belangrijke grondstof in handen van de
ander wilde laten vallen hebben ze er nog een jaar lang over moeten onderhandelen.
Uiteindelijk werd in 1816 in een apart grensverdragje, het Akens Grensverdrag
(ook wel het 'Verdrag der Grenzen' genoemd), dan maar besloten het gebied
(de Mairie Moresnet) als volgt in drieën te verdelen. Het plaatsje
Moresnet kwam bij Nederland, het huidige Neu-Moresnet ging als Pruisisch
Moresnet naar Pruisen en het gebiedje met daarin het plaatsje Kelmis en
zijn zinkmijn kregen een neutrale status. En het was dit laatste gebiedje
met zijn “status apartus” dat onder de naam Neutraal Moresnet
als mini-staatje verder ging, weliswaar onder gezamenlijk bestuur van
een Pruisische en een Nederlandse commissaris.Het Vierlandenpunt
Zoals uit het voorgaande duidelijk wordt lag Neutraal Moresnet in eerste
instantie ingeklemd tussen de Nederlanden en Pruisen. Neutraal Moresnet
had dus als zodanig twee keer een drielandenpunt met deze landen.
Dit veranderde echter al snel met de Belgische Revolutie in 1830. Toen
scheidde het zuidelijke deel van het Koninkrijk der Nederlanden zich af
om als de onafhankelijke staat België verder te gaan.
Het plaatsje Moresnet hoorde vanaf toen bij België. Tevens gingen
de bestuurlijke rechten die het Koninkrijk der Nederlanden over Neutraal
Moresnet had naar België.
Vanaf het moment dat de staat België een feit onstond, werd de streek
dus een vierlandenpunt.
Opmerkelijk detail is overigens dat Nederland officieel nooit afstand
heeft gedaan van de bestuurlijke rechten over Neutraal Moresnet.
De zinkmijn Vieille Montagne

Vieille Montagne in 1880
Het was de zinkmijn waaraan het neutrale gebied van Moresnet
zijn bestaansrecht ontleende. De zinkmijn, die in 1805 in concessie was
gegeven aan, een Luiks chemicus, Jean-Jacques Daniel Dony, was zo belangrijk
dat in artikel 31 van het Akens grensverdrag het volgende is vermeld:
"Er wordt nog eens uitdrukkelijk overeengekomen dat een wijziging
in het gezag of regeringsbestel geenszins nadeel zal berokkenen aan de
rechten van de heer Dony en Cie, betreffende de ontginning van kalamijn,
zodat zijn concessie steeds intakt zal blijven en zij verder de voordelen
en voorrechten die haar
oorspronkelijk werden toegekend zal blijven genieten. De vroegere lasten
op de concessie blijven van toepassing, onder meer de verplichting kalamijn
te leveren aan de zinkfabrieken van beide contracterende partijen, tegen
de prijs gestipuleerd in de akte van concessie".
Hr. Dony, een briljant scheikundige, had de zinkmijn o.a. in concessie
gekregen vanwege zijn uitvinding van de zinkoven. Met deze "Luikse"
zinkoven kon men zinkerts omzetten in walsbaar metaalzink. Maar Dony mocht
dan een briljant scheikundige zijn, zakelijk ging het hem duidelijk minder
goed af. Al in 1813 moest hij zijn belangrijkste schuldeiser, bankier
Hector Chaulet, als medefirmant accepteren. Nog in datzelfde jaar ging
drie kwart van Dony's industriële eigendommen naar François
Mosselman en tenslotte ging Dony failliet.
Mosselman verwierf later alle overige aandelen van de zinkmijn en kreeg
zodoende de volledige controle over de zinkmijn. Mede ook door de erfgenamen
van Mosselman, die in 1837 de "Société des Mines et
Fonderies de Zinc de la Vieille Montagne" oprichtten kwam de zinkmijn
tot grote bloei totdat de mijn in 1885 volledig uitgeput was.

Jean-Jacques-Daniel Dony (1759-1819)
uitvinder van de "Luikse" zinkoven
De Société de la Vieille Montagne was nauw
betrokken bij het bestuur van het gebied. Behalve dat enkele van de directeurs
burgemeester van het gebied zijn geweest, was het gemeentehuis ondergebracht
in de lokalen van de maatschappij. Tevens had de maatschappij in 1857
de bouw van een school voor haar rekening genomen en één
van de opzichters ter beschikking van de burgemeester gesteld als veldwachter.
Het is bekend dat de maatschappij een zeer sociaal beleid voerde ten aanzien
van de bevolking. Het zorgdragen voor goede medische voorzieningen en
b.v. gunstige tarieven voor leningen zijn hier voorbeelden van.
Het leven in Neutraal Moresnet
In 1816 woonden er slechts 256 personen in het betwiste
gebied. Maar met name door de ontwikkelingen van de zinkmijn en de daaraan
gekoppelde economische bloei, nam het aantal inwoners gestaag toe. Zo
konden er in 1830 al 500 inwoners geteld worden en in het jaar 1858 was
dit al toegenomen tot 2572 inwoners. Van deze 2572 waren er 695 zogenaamde
‘neutralen’ (hoofdzakelijk nakomelingen van de eerste bewoners),
852 Belgen, 807 Pruisen, 204 Nederlanders en nog 14 immigranten uit overige
landen.
Voor deze inwoners golden er nogal wat voordelen om in het Neutrale gebied
van Moresnet te wonen, alhoewel er ,met name voor de echte ‘neutralen’,
ook wel nadelen waren.
Zo konden de bewoners tot 1847 simpel aan de dienstplicht
ontsnappen (hierover later meer). Verder mocht er tolvrij uit de omliggende
landen geïmporteerd worden, waren de belastingen zeer laag en lag
het prijsniveau in Neutraal Moresnet lager en de lonen hoger dan in de
omringende landen.
Ook was het toegestaan om, weliswaar alleen voor eigen gebruik, drank
te stoken. Er werden echter zulke enorme hoeveelheden gestookt dat dit,
zelfs in de 60 à 70 cafés die het neutrale gebied rijk was,
niet uitgeschonken kon worden. Het meeste werd dan ook de grens overgesmokkeld
naar met name Nederland.
Als nadeel voor de ‘neutralen’ kan genoemd worden dat ze bij
een verblijf in het buitenland als statenloos werden beschouwd.
Landsverdediging en dienstplicht.
Volgens artikel 17 van het Verdrag der Grenzen mocht
geen van beide landen (Pruisen of Nederland en later België) Neutraal
Moresnet militair bezetten. Neutraal Moresnet mocht zelf ook geen leger
hebben. Dit wilde echter nog niet zeggen dat er dan geen dienstplicht
bestond.
Volgens de akkoorden die de commissarissen hadden gesloten moesten de
inwoners van Neutraal Moresnet, zodra ze de leeftijd van 20 jaar hadden
bereikt, op het gemeentehuis komen aangeven of ze in Pruisen of Nederland
(België) hun dienstplicht wilden vervullen.
Alhoewel de akkoorden al in 1823 door de beide controlerende landen werden
goedgekeurd kwam het echter, door diverse redenen, niet tot uitvoering.
Pruisen had overigens ook niet veel haast met de uitvoering ervan. Want
omdat de dienstplicht in Pruisen veel langer was dan in Nederland (België)
zouden toch de meesten niet voor Pruisen kiezen.
Later heeft men nog gedacht aan een alternerend systeem
waarbij de lichting van het ene jaar in Pruisen zijn dienstplicht moest
vervullen en de lichting van het volgende jaar in België zijn dienstplicht
moest vervullen. Maar omdat de kans dan bestond dat leden uit één
gezin in verschillende landen dienst moesten doen, haalde ook dit plan
het niet.
Uiteindelijk kon het zo gebeuren dat iedereen tot 1847
aan de dienstplicht kon ontsnappen. Deze omstandigheden trokken nogal
wat jongeren aan uit de omringende landen die zo aan de dienstplicht ontsnapten.
Voor de Belgische inwoners in Neutraal Moresnet veranderde dit echter
in 1847. De Belgische wet legde vanaf toen ook de dienstplicht op aan
in het buitenland verblijvende Belgen.
Pruisen deed het in 1855 iets anders. Pruisen beschouwde iemand die zich
in Neutraal Moresnet ging vestigen niet meer als een emigrant, mede ook
omdat Pruisen zich het gebied toch altijd al wilde toe-eigenen. Deze regel
werd echter pas in 1875 van kracht.
Uiteindelijk bleven alleen de echte 'Neutralen" ook na 1875 van de
dienstplicht gevrijwaard.
Dr. Wilhelm Molly

Dr. Wilhelm Molly (1838-1919)
Een beschrijving van de geschiedenis over Neutraal Moresnet
zou niet compleet zijn als er niet een hoofdstuk aan de legendarische
dr.Wilhelm Molly besteed zou worden.
In 1863 was, de in het Duitse Wetzlar geboren, dr. Molly in Pruisisch
Moresnet komen wonen om daar een huisartsen praktijk te beginnen.
Onder de bevolking had Molly zich al snel populair gemaakt door zijn behandelingen
voor uiterst coulante tarieven te verrichten. Toen hij ook een dreigende
cholera epidemie de kop in wist te drukken kon zijn populariteit niet
meer stuk. Een benoeming tot bedrijfsarts van de Vieille Montagne bleef
dan ook niet lang meer uit.
Men zou kunnen stellen dat de geschiedenis van Neutraal
Moresnet zonder de komst van dr. Wilhelm Molly een aantal interessante
aspecten zou missen.
Zo was dr. Molly de oprichter van de Kelmiser Verkehrs Anstalt. Het was
niet deze vereniging die zo bijzonder was maar des te meer de door de
vereniging uitgeven postzegels waarmee dr. Molly en zijn vrienden hun
onafhankelijkheidsstreven wilden laten blijken. Mogelijk waren ze beïnvloed
door de in een aantal Pruisische steden opererende plaatselijke postdiensten.
Toen echter de 2 commissarissen door de burgemeester
van de activiteiten op de hoogte waren gebracht werd er direct een verbodsverordening
uitgevaardigd. De commissarissen hadden hun verbod gebaseerd op het gegeven
dat in Neutraal Moresnet feitelijk nog de Franse wetgeving gold. En volgens
deze Franse wetgeving (uit 1799) was de postdienst een staatsmonopolie.
Maar de uitgifte van de zegels is slechts een detail vergeleken met de
poging van dr. Wilhelm Molly om Neutraal Moresnet tot de Esperantostaat
'Amikejo' om te dopen.
In 1906 was dr.Wilhelm Molly in contact gekomen met de
Franse professor Gustave Roy. Gustave Roy en dr. Molly, beiden verwoed
esperantisten, besloten te gaan werken aan de oprichting van een Esperantostaat.
En welk gebied leende zich voor iets dergelijks meer dan het neutrale
gebied van Moresnet?
In 1908 werd in het lokaal van de schuttersvereniging een grote propaganda-manifestatie
georganiseerd. De hele bevolking was opgetrommeld en in de versierde zaal
werden gloedvolle betogen gehouden voor de oprichting van de Esperantovrijstaat
'Amikejo' (=plaats van grote vriendschap). Tijdens deze bijeenkomst werd
door de mijnwerkersharmonie de, door Willy Huppermans gecomponeerde, 'Amikejo-mars'
gespeeld welke tevens als volkslied moest gaan dienen.
Na de bijeenkomst wisten vele internationale kranten
inderdaad melding te maken van het feit dat er een Esperantostaat was
opgericht. Tevens werd op het Vierde Esperantisten Congres te Dresden
besloten om Den Haag te laten vallen als nieuwe vestigingsplaats voor
de wereldcentrale en in plaats daarvan voor Neutraal Moresnet te kiezen.
De vlag
Met eigen postzegels, eigen volkslied en een eigen wapen mocht
natuurlijk een eigen vlag niet ontbreken in Neutraal Moresnet. De oorsprong
van de vlag met 3 horizontale banen in de kleuren zwart, wit en blauw
in niet helemaal duidelijk.
Hoewel men zou kunnen vermoeden dat de kleuren zijn samengesteld uit het
zwart-wit van Pruisen en het Nassau-blauw van de Nederlanden om daarmee
de beide oorspronkelijk (tot 1830) beherende landen te zinnebeelden moet
het toch waarschijnlijker worden geacht dat de kleuren zijn overgenomen
uit het embleem van de Vieille Montagne.
Hoe het afliep
Feitelijk was het bestaansrecht van Neutraal Moresnet geëindigd
bij het uitgeput raken van de zinkmijn in 1885. Vanaf die tijd deed voornamelijk
Pruisen weer meer pogingen dan voorheen gaan doen om de 'tijdelijke' status
van Neutraal Moresnet te beëindigen. Met ondernam van alles om België
zover te krijgen dat men wilde gaan onderhandelen. Omdat dit allemaal
niet snel genoeg vorderde, ging men tot regelrechte sabotageacties over.
Zo werden rond 1900 door Pruisen de elektriciteits- voorzieningen afgesneden
en telefoonverbindingen gekapt. Zelfs de aanleg van nieuwe leidingen over
Belgisch gebied probeerde men tegen te houden. Verder probeerde men de
aanstelling van nieuwe gemeenteambtenaren tegen te werken.
De bewoners van Neutraal Moresnet die de bui al voelden hangen dienden
al in maart 1897 een verzoekschrift in om aanhechting bij België
in geval van afschaffing van het neutraliteitsstatuut.

Plakkaat met daarop de vrede aangekondigd.
Tevens wordt de inwoners van Neutraal Moresnet medegedeeld dat het einde
van Neutraal Moresnet een feit is.
Neutraal Moresnet is van de landkaart verdwenen.
In augustus 1914 gebeurden er echter dingen die uiteindelijk
tot het einde van het neutrale gebied van Moresnet zouden gaan leiden.
Rond die tijd namelijk concentreerden er zich Duitse troepen langs de
grens en op 8 augustus trokken de Duitse troepen op door de Luikerstraat
richting Luik. De neutraliteit van België behoorde vanaf dan tot
het verleden en de bewoners van Neutraal Moresnet beseften zich terdege
wat dit voor Neutraal Moresnet kon gaan betekenen.
Opmerkelijk genoeg beschouwde Pruisen in eerste instantie Neutraal Moresnet
gewoon, net als België, als bezet gebied. Men lijfde het niet direct
in terwijl ze het toch altijd wel al als Duits gebied hadden beschouwd.
Er werd in 1915 zelfs een Duitser (Dr. Bayer) benoemd die de taken van
de Belgische commissaris overnam. In hetzelfde jaar 1915 werd echter Dr.
Bayer weer uit zijn functie ontheven, en op 27 juni van dat jaar kondigde
de Pruisische regering aan, dat alleen zij de soevereini-teitsrechten
op het betwiste neutrale gebied van Moresnet zou uitoefenen.
Dit was echter onder militaire druk gebeurd en dat was in strijd met art.17
van het Akens grensverdrag dat nu juist de uitdrukkelijke bepaling had
dat Neutraal Moresnet nooit militair bezet mocht worden door een van de
toezichthoudende landen.
Het was uiteindelijk in 1919 dat krachtens het 'Verdrag van Versailles'
voor Neutraal Moresnet definitief het doek viel.
Artikel 32 van het Verdrag van Versailles luidt:
Duitschland erkent de volkomen soevereiniteit van België
over het geheele betwiste gebied van Moresnet.
Wat er nog van over is
Een klein museum (Göhlthal museum) is wat er over is van dit unieke
detail uit de Europese geschiedenis. Verder is het interessant om te weten
dat van de 60 grenspalen die ooit de grens markeerden er nog ruim 50 op
hun plaats staan en aldus de vroegere grens markeren alsof het landje
nog steeds zou bestaan. Vooral deze overgebleven grenspalen vormen een
blijvende herinnering aan het eens zo bijzondere gebied.

het huidige drie-landenpunt, vroeger vierlandenpunt
Bronnen:
Der Esperanto-Staat Neutral-Moresnet
Cees Damen (Neutraal Moresnet)
De Volkskrant 25/04/92: Een taartpunt die nergens bij hoorde |