| Antonio Meucci,
de miskende vader van de telecommunicatie.

Toen begin deze eeuw de sultan van het
Ottomaanse Rijk zijn ministers voorstelde om die nieuwe uitvinding, de
telefoon, bij hen in huis te installeren zodat hij hen gemakkelijker kon
bereiken en sneller met hen kon overleggen, praatten ze hem dat uit het
hoofd wegens onbetrouwbaar. De echte reden was dat ze niet wilden dat
alles zo snel ging; ze wilden tijd en gelegenheid om met mekaar te overleggen
alvorens ze een standpunt innamen tegenover hun soeverein.
Dit maar om te zeggen dat de telefoon, die toen nog in zijn kinderschoenen
stond, toén al een stevige reputatie verworven had. Amper 75 jaar
na zijn ontstaan had de telefoon de communicatie op onze planeet helemaal
omgegooid en versneld op een manier die zelfs rond 1800 ondenkbaar leek.
Nog eens 50 jaar later kunnen we stellen dat de uitvinding van de telefoon
alles wat we nu telecom noemen, mogelijk heeft gemaakt: van gsm tot internet,
het is alleen mogelijk geworden dankzij de uitvinding van Alexander Graham
Bell. Maar wàs Bell wel de echte uitvinder ?
Begin 2002 nam het Amerikaanse congres
immers een wel zeer bizarre resolutie aan. Het erkende ene Antonio Meucci,
een Italiaan, als uitvinder van de telefoon.
Voor de meesten is Meucci echter een totaal onbekende. Da’s raar
voor iemand die een voorwerp maakte waarvan iedereen er op zijn minst
eentje heeft.
Dit is het verhaal van Antonio Meucci, de echte vader van de telecom.Antonio
werd geboren in 1808 te San Frediano en studeerde in het nabije Firenze
design en mechanica. Dankzij die studies kon hij er en aan de slag als
theater technicus. Hij was kennelijk goed in zijn werk, want hij kreeg
het aanbod om zijn job te gaan uitoefenen in een theater te Havana, nam
de job aan en verhuisde met zijn vrouw naar Cuba.
Gefascineerd door de wetenschap, experimenteerde
Meucci in zijn kleine labo te Havana met alles en nog wat. Zo ontdekte
hij bijvoorbeeld een nieuwe manier om metaal te galvaniseren, een uitvinding
die hij verkocht aan het leger. Het geld dat hij daar mee won, raakte
hij snel weer kwijt aan een eindeloze reeks andere experimenten die hij
bleef uitvoeren zodat hij om den brode theater technicus bleef.
Bij één van die experimenten
ontdekte hij iets wat de basis voor zijn telefoon zou worden. Meucci hield
zich in die periode bezig met heelkunde en had een –toen zelfs vrij
succesvolle- therapie bedacht waarbij hij een ziekte behandelde met electroshocks.
Op een dag hoorde Meucci wat een vriend, die in een andere kamer stond,
vertelde, via de koperen draad die tussen de twee kamers liep. Hij besefte
meteen dat dit wel eens zijn grote uitvinding zou kunnen worden. De volgende
tien jaar spendeerde hij dan ook enkel en alleen aan het practisch gebruik
van deze ontdekking. Nog eens tien jaar gingen op aan het perfectioneren
van het apparaat in kwestie en het commercialiseren ervan. Vooral van
dat laatste had Meucci weinig kaas gegeten, maar hij zag wel in dat Havana
niet de ideale plaats was om zijn machine te lanceren. Daarom verhuisde
hij in 1850 naar New York.
Aangekomen in New York raakte hij al snel in financiële problemen.
Hij had immers zijn job in Havana opgegeven en was daarmee ook zijn vast
inkomen kwijtgeraakt. Daarenboven was er nu ook nog eens een taalprobleem.
Waar hij zich in Havana kon behelpen doordat Spaans en Italiaans gelijkaardige
talen zijn, bleek Engels een onoverkomelijke hinderpaal te zijn voor Antonio.
teletrofono
Toch vereenzaamde hij niet: New York zat
vol met Italiaanse vluchtelingen of migranten. Met de bekendste had Meucci
zelfs een speciale band. Garibaldi, die vocht voor de eenmaking van Italië,
werd op een zeker moment tot ballingschap gedwongen en belandde haveloos
in New York. Hij werd er opgevangen door Antonio Meucci die hem onderdak
aanbood in zijn eigen huis, tot hij in 1854 terugkeerde naar Italië
om er de eenmaking te realiseren.
Terwijl hij jarenlang de Italiaanse politieke ballingen probeerde te helpen
door bedrijfjes voor hen op te starten, bleef hij ook aan zijn telefoon
werken. In 1855, toen zijn vrouw Esther verlamd raakte, zette hij voor
het eerst zijn uitvinding om in de praktijk en verbond een paar kamers
met een telefoon, zodat zijn vrouw hem vanuit haar bed altijd en overal
kon oproepen.
In 1860 was zijn telefoon zo geperfectioneerd, dat hij het aandurfde om
een demonstratie te geven om zo geldschieters aan te trekken die hem zouden
willen steunen. Er werd een zanger bij gehaald die aan het ene eind zong
en aan het andere eind duidelijk te horen was. De demonstratie leek een
succes: verschillende beloftes werden gemaakt en een model werd naar Italië
verscheept door ene Bendelari, met de bedoeling ook daar geldschieters
aan te trekken. Alle Italiaanse kranten in New-York schreven over Meucci’s
uitvinding, die ze als een sprekende telegraaf omschreven.
Toch liep het mis. Geen van de beloftes
werd hardgemaakt en ook uit Italië kwam geen nieuws meer.
In de daaropvolgende jaren geraakte Meucci steeds dieper in armoede. Hij
bleef wel uitvindingen doen, maar was net door zijn financiële situatie
telkens weer gedwongen de rechten op die uitvindingen al te verkopen voor
er echt geld mee te vangen was. Het lukte hem dan ook niet de nodige $
250 bijeen te krijgen om een patent aan te vragen voor zijn uitvinding
die hij “teletrofono” noemde.
Het onheil bleef Meucci achtervolgen en
op een dag raakte hij ernstig verbrand in een ongeluk toen een stoomschip,
de Westfield, met Meucci aan boord, ontplofte. Hij overleefde het ongeluk
maar toen hij herstelde in het ziekenhuis, was zijn vrouw gedwongen om
zijn materiaal en experimentele modellen uit zijn labo te verkopen om
zo aan geld te komen. Een opkoper gaf voor alles samen, dus ook voor de
teletrofono, welgeteld 6 dollar. Toen Meucci genezen en wel de opkoper
opzocht om alles terug te kopen, verklaarde die alles te hebben doorverkocht
aan een jonge man die hij niet kende.
Er zat voor Meucci dus niet anders op dan
een nieuwe teletrofono te maken. Omdat hij wist dat iemand zijn uitvinding
zou kunnen claimen, haastte hij zich en had snel een nieuw exemplaar klaar.
Ook deze keer had hij niet genoeg geld om een patent te betalen, dus nam
hij een “caveat”, een soort optie op een patent. Meucci’s
caveat op de teletrofono werd geregistreerd op 28 december 1871 en vernieuwd
in 1872 en 1873. Het jaar daarop echter niet meer, omdat hij dan zelfs
de $ 10 niet meer kon betalen.
Onmiddellijk nadat hij de caveat had geregistreerd, probeerde Meucci opnieuw
de grote bedrijven van het potentieel van zijn uitvinding te overtuigen.
Hij stuurde dan ook een model met beschrijving en de nodige documenten
naar de directeur van Western Union, de grote telegraafmaatschappij en
probeerde een afspraak vast te krijgen. Alweer speelde zijn barslechte
kennis van het Engels hem parten want hij heeft de mensen van Western
Union nooit gezien …
Meucci probeerde twee jaar lang een afspraak vast te krijgen en gaf nadien
op in 1874. Hij vroeg aan Western Union om hem zijn proefmodel terug te
sturen maar kreeg te horen dat het zoek was geraakt.
Twee jaar later, in 1876, laat ene Alexander Graham Bell, met wie Meucci
ooit nog een labo deelde, een patent registreren dat niet echt de telefoon
omschrijft maar enkel naar een toestel met die naam verwijst.
Wanneer Meucci hiervan hoort, laat hij
een vriend contact opnemen met het US Patent Office waar men hem niet
kan helpen omdat de documenten over de caveat van de teletrofono verloren
zijn gegaan. Later onderzoek legde links bloot tussen ambtenaren van het
Patent Office en de firma die Bell had gesticht.
Meucci gaf echter niet op en in 1886 slaagde hij er in om Bell voor het
gerecht te slepen en beschuldigde hem ervan zijn uitvinding te hebben
gestolen. Meucci verbaasde iedereen op het proces met zijn gedetailleerde
uiteenzetting van het toestel dat hij volgens Bell nooit had gemaakt en
scheen de zaak te gaan winnen. Een lid van de regering liet zelfs officieel
weten dat er voldoende bewijzen schenen te zijn die aantoonden dat Meucci
effectief de uitvinder van de telefoon was.
Alexander Graham Bell was ondertussen echter bijzonder rijk geworden door
het geld dat de telefoon hem opgebracht had en kon zich de duurste advocaten
permitteren. Die zorgden er voor dat de zaak jaar na jaar werd uitgesteld.
De zaak werd uiteindelijk zelfs helemaal stop gezet in 1887.
De reden hiervoor was tragisch: Antonio Meucci was overleden.
Antonio Meucci had bijna zijn gelijk gehaald tijdens zijn leven maar stierf
in armoede, wetende dat iemand anders zijn uitvinding gejat had en er
bijzonder rijk mee geworden was.
Het duurde dus nog tot 2002 eer de rest van de wereld zijn gelijk erkende
zodat we na al die jaren mogen zeggen dat de échte vader van de
telecomsector wel degelijk Antonio Meucci is.
Bronnen:
Bell heeft de telefoon gestolen (De Standaard)
Antonio Meucci Revisited (Basilio Catania)
Giuseppe Garibaldi Museum van Staten Island in de VS
Bell did not invent the telephone (The Guardian) |